
Die lidwoorden. Die woordvolgorde. Moeilijk! Veel moeilijker dan het Spaans, Engels en Frans dat veel Marokkanen gemakkelijker beheersen. ,,Het is nog een geluk bij een ongeluk dat de harde ‘g’ in het Arabisch ook bestaat,’’ zegt hij.
Wie goed luistert, hoort ook veertiger Aboutaleb, immers pas op zijn vijftiende in Nederland beland, nog zwoegen met het Nederlands. Maar dan hun navolgers: de jonge, hoogopgeleide Marokkaanse Nederlanders. Taalbeheersing? Dikke acht! Accent? Geen. Voor deze groep - door vriendschappen en tv opgegroeid met het Nederlands - is taal geen punt meer.
Iemand zoals Hassane Ouled Ali (37), advocaat bij ING. Zijn moeder spreekt nog steeds amper een woord Nederlands, maar voor hem kennen de harde Hollandse klanken weinig geheimen. Een telefoongesprek sluit hij af met een onvervalst ‘doei doei’. Negen jaar geleden drong hij als een van de eerste Marokkaan door in het wittemannenbolwerk van advocatenkantoor NautaDutilh. ,,Ik heb getwijfeld of ik wel bij de conservatieve, corporale borrelcultuur zou passen.’’
Zoals Ouled Ali zijn er tegenwoordig velen. ,,Accountants, biologen, sociologen, psychiaters, advocaten, juristen, chirurgen, een piloot. En er komen nog duizenden, afgestudeerde toptalenten aan. We kunnen onze borst natmaken,’’ juicht Rabbae. ,,Zo zie je maar: de loop van de geschiedenis is sterker dan de spartelingen van Wilders, Verdonk en de Leefbaren. Deze ontwikkeling valt niet tegen te houden.’’
"